
” Pommetje” is de vreemde eend van Tedja Duyvesteijn, geïnspireerd en in de hoedanigheid van de Brederode stoofpeer, Pommona -de Romeinse godin van de boomvruchten-en het Appeltje van Oranje, tussen de krokussen van Hoofdstraat-noord.
Hoofdstraat-noord is genomineerd voor een Appeltje van Oranje en is hier te zien in een Power Point presentatie
EEN REGENDAG IN SPIEKERBOOR
Het woord is een fluuster
in doofheid een schrouw
op binnen is muziek
kovvie, borrel en veul meer
het geeit d'r umheer met
daj je nix heuift of te vraogen
laot de haon maor kreijen
dèenk maor niet nog een keer
tis wel gooud
vraogen bint d'r niet
antwoorden bint d'r nooit west
laot maor weden, laot maor gebeuren
vraogen bint teeikens an de waand
wis ze maor
tis almaol een komedie van misverstaanden
op teniel op boeten, in de open locht
in een neie taol
vandaog-de-dag-verhaol
vroouger naor nou braacht
in dizze tied plaotst
een lach en een traon
waorheid en waon
wieze mannen met een hèelpende haand
nix is heilig, nix steeit vaast
snie een taort an
tis almaol een komedie van misverstaanden
dicht bij hoes steeit d'r graon
hoog, hoger, hoogst
in hoes bin ij wied vort
met de oogst haol ik je binnen
kom maor binnen;
kiek kunst an
nem die veur ogen
laot de kunstenaors tonen
kiek kunst an
de jaoren bluijt toonbaore kunst
kiek kunst an
deuren staot lös - baanderwied
kom op binnen
nem de tied
kiek kunst an
laot maor weden, laot maor gebeuren
d'r zit hunnig in de steein
ales is meugelk
locht wodt duuster en keert weerum
schade klimt oet zuchzölf
en zöt zeuite hunnig in de steein
de duvel wes de weg naor de heeimel
as een cultuuranjaoger de kunst naor boeten
naor schooulen, naor kunstenaors met mekaor;
anfietern, opjaogen, anjaogen
tweei reebroene ogen keken de jaoger an
en zagen:
het woord is een fluuster
in doofheid een schrouw
-Egbert Hovenkamp II-


"POMMETJE"
Mijn eend heet eenvoudig ‘Pommetje’,
en ook haar vorm is eenvoudig.
Er zit niets overbodigs aan.
Geen tierlantijnen.
Vaak staan simpele vormen voor iets ingewikkelds.
Zo ook bij Pommetje.
Haar naam is afgeleid van ‘Pomona’,
de Romeinse godin van de boomvruchten,
zoals de appel en de peer.
De naam Galerie Pommona heeft daar mee te maken.
Pommetje combineert beide vruchten.
Haar lijf heeft de vorm en kleur van een peer.
Zij symboliseert bij veel volkeren de moeder,
en de appel de levenscyclus.
Want het eindproduct, de vrucht,
bevat ook het zaad voor een nieuw begin.
Pommetje koestert zo het leven in haar bek.
Als de appel door haar bek gaat
en het oude dus vergaat,
zal zich later uit het zaad
op de aarde weer nieuw leven vormen.
Maar de appel verwijst ook naar Adam en Eva,
de verleiding om ondanks verbod ervan te eten.
En zo de onschuld en dus het paradijs te verliezen
Deze combinatie maakt Pommetje een ‘vreemde eend’.
Zij laat n.l. naast de cyclus van het leven,
ook de strijd zien tussen het goede en het slechte in de mens
Tedja.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------
Fantasie & Symboliek
Fantasia Fertilis

E
Feestelijke afsluiting van BRUT ART ZONDAG 30 MEI OM 3 UUR.


OPEN ATELIERROUTE 2010
van de Stichting Beeldend Kunstenaars Aa en Hunze
GALERIE POMMONA
Hoofdsraat 58, 9514PG, Gasselternijveen, 0599-512867 / 06-29204451
info@pommona.nl / www.pommona.nl
informatie over de beeldend kunstenaars:
http://www.beeldend-aaenhunze.nl/
BRUT ART
COMPAGNIE DE L’ ART BRUT
Direct na de oorlog kenmerkte de Europese kunst zich door de grote invloed vanuit Amerika, n.l. die van het Abstract Expressionisme, met als belangrijke substromingen Action Painting, Colourfield Painting en Hard Edge. Europa had niets te bieden van vergelijkbare kracht en overtuiging.
Eén Franse kunstenaar Jean Dubuffet (1901-1985) bezat echter zo’n grote mate van originaliteit dat hij op zichzelf een beweging vormde, later gesteund door André Breton. Zijn direct na de bevrijding gehouden expositie ‘Brut Art’ prikkelde de Parijse kunstscène, zowel in positieve als in negatieve zin. De ware kunst was voor hem namelijk niet gelegen in de ideeën en traditie van de bestaande kunstélite, maar hij vond zijn inspiratiebron in de ongeremdheid van kindertekeningen, de beeldende uitingen van natuurvolkeren en in het werk van geesteszieken. Ook bleek uit zijn werk de grote interesse in de vooroorlogse Dada-beweging en het Surrealisme.
Naar zijn mening was het verschil tussen normaal en abnormaal net zo moeilijk te verdedigen als de opvatting over mooi of lelijk. Sedert de Dadaïst Marcel Duchamp had niemand meer zo’n radicale kritiek op het wezen van de kunst durven uiten.
Veel van zijn werken vallen onder de z.g. materieschilderkunst, waar- bij zand, glasscherven en andere vulmiddelen in de verf worden verwerkt. Door de rauwe directheid en explosieve uitdagende verschijningsvorm wordt deze kunstuiting ook wel Raw Art of Outsider Art genoemd.
Het is ook duidelijk verwant aan het werk van de Cobra kunstenaars Appel, Constant en Corneille.
Hij kreeg al spoedig medestanders, zoals de schilders Adolf Wölfi, Andy Nasisse en de beeldhouwers Paolozzi, Couzijn, Tajiri en Müller, die onder de naam ‘Het nieuwe Beeldhouwen’ vreemde, soms afschrik- wekkende beelden maakten, vaak in ruw metaal.
De invloed van de ideeën van Dubuffet klinkt nog steeds door in sommige hedendaagse kunstwerken, zoals in dat van Julian Schnabel, Amseln Kiefer, Georg Baselitz en Rainer Fetting.